Een smalle en kronkelige straat die daalt naar de zee toe, weinig huizen volledig ondergedompeld in een grillige en onbesmette natuur… Aan Kaap Sant’Andrea reiken de kastanjebomen bijna de kust, het lijkt wel of ze het gelukkige huwelijk tussen de zee en bergen willen onderlijnen; dit is niet verrassend, we zijn aan de hellingen van het grootste bergencomplex van het eiland Elba, de groep Monte Capanna, Monte Cote, Monte Giove. Aan het eind van de straat, een strand met het fijnste zand en aan de daarnaast palende steiger, roeiboten van de vissers. Voor onze ogen een sprookjesachtig tafereel: het water is zo helder dat men de bodem van de zee kan zien, ook op de diepste punten. Aan de zijkanten van de schitterende stranden, een pad uitgehouwen in de klippen dat ons leidt naar rotsen die uniek zijn op de wereld: geen ordinaire rotsen, maar duinen in de vorm van bogen, bestaande uit kristallen van orthoklaas ingekapseld door het magma van graniet, verhard zeven miljoen jaren geleden: een ideale plaats om te zonnen of een avondwandeling te maken onder een betoverende maan.
Over Kaap Sant’Andrea kan men lang praten. Niet per toeval werd het gekozen
door de Etrusken: haar geografische vorm en die granieten rotsen die een
goede bewaking aan de inhammen vormen, bescherming gevend tegen de westenwinden,
een voorpost makend naar de Tyrreense Zee toe en tegelijkertijd een toevluchtsoord.
Onze illustere voorouders kwamen naar Kaap Sant’Andrea, in die tijd rijk
aan water en bos, hier gebracht om het ijzer te smelten, ijzer ontgonnen
aan de bodems van de oostkust van het eiland, omwille van de overvloed
aan hout dat voor een regelmatige en standvastige aanvoer kon zorgen als
brandstof voor hun ovens. En nog steeds vandaag, rondneuzend tussen wijngaarden
en struikgewas, ver van de toeristische vloed, vindt men op de zanderige
terreinen hele vlekken “schuim”, restanten van het proces van fusioneren
die de Etrusken gebruikten om het ijzer te zuiveren. Later waren het de
Romeinen die onze zee afschuimden, twee teruggevonden scheepswrakken bevestigen
hun aanwezigheid, hier aan Kaap Sant’Andrea. Tussen de velen die ze verloren,
het eerste wrak, aangevaren aan de punt op een diepte van ongeveer 10
meter en een ander op ongeveer 45 meter onder het wateroppervlak. Vele
van deze vondsten, ontdekt in de waters van Sant’Andrea kan men vandaag
nog bewonderen in het kleine maar interessante archeologisch museum van
Marciana.
De positie van Kaap Sant’Andrea, de orografische vorm en de karakteristieken
van het klimaat - uniek in zijn soort - maken van de hele zone een soort
van “eiland in een eiland”, een wereld rijk aan wonderbaarlijkheden, allemaal
te ontdekken. Aan Kaap Sant’Andrea kan men genieten van de zon op de meest
traditionele wijze, op de twee stranden van Kaap Sant’Andrea en van Cotoncello,
of men kan zich in een avontuur storten en de mooiste kusten en rotsen
bereiken, klimmend, afwisselend met een frisse duik, in de boeiende wereld
van de bergen. Wandelend langs de gerestaureerde paden, gesignaleerd door
de CAI en de Comunità Montana, die zich wringen langs de kusten en de
Monte Giove (die een hoogte bereikt van 800 meter), ontmoet men omgevingen
van flora en fauna zodanig variërend dat ze, aan degenen die de uitdaging
accepteren, een onvergetelijke ervaring schenken. Wandelen langs de paden
betekent het ontdekken van de cyclaam, het viooltje, de dophei in bloei,
de anemoon, de brem en de roggelelie; zich laten wegvoeren door de geuren
van de strobloem, lavendel, rozemarijn en munt; schrikken door het plots
opvliegen van de rode patrijs, een kudde grazende moeflons verrassen of
een oud verlaten geitenstalling herkennen of zelfs resten van een prehistorische
nederzetting.
Gebruik makend van het systeem boeking online, kan men in korte tijd beschikken over informatie over beschikbaarheid, prijzen en andere speciale voordelige aanbiedingen.